Personalia
| Naam: | Jan van der Werck |
|---|---|
| Doopnaam: | Jan Jansz |
| Beroep: | Scheepstimmerman |
| Geboren: | 1550 |
| Overleden: | Ja |
| Ouders: | |
| Broer/Zus: |
Levensloop
| 0 jaar: | geboorte Jan |
|---|---|
| 2 jaar: | geboorte broer Peeter |
| 32 jaar: | overlijden echtgenoot Neeltje |
| 32 jaar: | geboorte dochter Diercxken |
| 32 jaar: | getrouwd met Neeltje van Gammeren |
| 33 jaar: | getrouwd met Geeritken NN |
| 33 jaar: | geboorte dochter Diercxken |
| 34 jaar: | geboorte zoon Cornelis |
| 34 jaar: | geboorte dochter Maijken |
| 35 jaar: | geboorte dochter Anneken |
| 39 jaar: | geboorte zoon Adriaen |
| 40 jaar: | geboorte zoon Peeter |
| 45 jaar: | geboorte zoon Thonis |
Opmerkingen
1604 december 23 – R. 18, fol. 124r/v Akte van deling van de nagelaten goederen van Geeritken Diercxdr. tussen Jan Janss. van de Werck, weduwnaar van zijn laatste huisvrouw Geeritken Diercxdr., enerzijds, en Jan Henricxz., voorzoon van Geeritken Diercxdr., Cornelis Janss. van de Werck, Anneken Jansdr. van de Werck, genoemde Cornelis Janss. van de Werck en Jan Henricxz., namens Diercxken Jansdr. van de Werck, Jan Henricxz., als halfbroer en voogd van Peeter, Thonis, Adriaen en Maijken Jans van de Werck en Geeritken Diercxdr., anderzijds, waarbij aan Jan Janss. van de Werck is toebedeeld een schuldbrief van 700 rijnsgulden, staande ten laste van Jan Melisz., 93 rijnsgulden en 15 stuivers dat Peeter Corten hen nog schuldig is, zijnde het restant van de kooppenningen voor een delle, een obligatie van 19 rijnsgulden en 4 stuivers, staande ten laste van Henrick Timmers, vanwege de koop van een boot, een obligatie, staande ten laste van Jan Adriaensz. Leeuw, van 64 rijnsgulden en 10 stuivers, zijnde de restant-kooppenningen voor een pleytschip, 627 rijnsgulden dat Jan Baijensz. hen nog schuldig is vanwege de koop van een huis, een willeceursbrieff, staande ten laste van Cornelis Aertsz., waarvan nog 24 rijnsgulden resteert vanwege de koop van een pleyte, een nieuwe en een oude pleyte met planken houtwerk en andere rommelinghe, een obilgatie, staande ten laste van Adriaen Bastiaensz., waarvan nog 12 rijnsgulden resteert vanwege de koop van een pleytschip, een schuldbrief van 62 rijnsgulden, staande ten laste van Henrick Adriaensz. Timmers, en 73 rijnsgulden en 8 stuivers contant geld, aan de kinderen gezamenlijk een schuldbrief van 800 rijnsgulden, staande ten laste van Henrick Adriaensz. Timmers, een schuldbrief van 288 rijnsgulden, staande ten laste van Jan de Cotter, een obligatie van 100 rijnsgulden, staande ten laste van Lenaert Cornelisz., vanwege geleend geld, een willeceurbrieff van 450 rijnsgulden, staande ten laste van Melis Janss., een willeceurbrieff van 200 rijnsgulden, staande ten laste van Roel Cornelisz., vanwege de koop van een schuurtje, 89 rijnsgulden en 4 stuivers dat Peeter Adriaensz. nog schuldig is aan landhuur, de restant-kooppenningen, zijnde 4 rijnsgulden en 10 stuivers, dat Willem Smis nog schuldig is voor een schouken, 12 rijnsgulden, zijnde het restant dat Adriaen Joosten nog schuldig is, en 82 rijnsgulden en 3 stuivers contant geld en verklaren dat onbedeeld blijft een stuk land, gelegen aan de oostzijde van de Cappelse vaert, een delle, gelegen buitendijks te Capelle, een huis, grond, erf en toebehoren, gelegen byde Raemsdoncksepoorte, te Geertruidenberg en nog quade gronden, gelegen aan de oostzijde van de Cappelsche vaert. 1605 oktober 7 – R. 18, fol. 156r Akte van overdracht door Jan Janss. van de Werck, voor de helft, en Cornelis Janss. van de Werck, voor zichzelf, namens zijn halfbroer Jan Henricxz. te Rotterdam en als voogd van Peeter, Thonis, Adriaen, Anneken, Diercxken en Maijken Jans van de Werck, kinderen van wijlen Grietken Diercxdr., voor de andere helft, aan Jan Claesz. Neeff, van een huis, grond, erf en toebehoren, gelegen In Sinte Eeuwoutsstrate byde Raemsdonckse poorte, te Geertruidenberg. 392 Oost: het andere huis van Jan Claesz. Neeff, west: het huis en erf van Adriaen Aertsz., hoefsmid, zuid: de straat en noord: achter strekkende tot het huis van Geerit Augustijnsz., pottenbakker. 1605 oktober 7 – R. 18, fol. 156r/v Akte van overdracht door Jan Janss. van de Werck, voor de helft, en Cornelis Janss. van de Werck, voor zichzelf, namens zijn halfbroer Jan Henricxz. te Rotterdam en als voogd van Peeter, Thonis, Adriaen, Anneken, Diercxken en Maijken Jans van de Werck, kinderen van wijlen Grietken Diercxdr., voor de andere helft, aan Jan Claesz. Neeff, van een soldatenhuisje, grond en toebehoren, gelegen aan de stadswallen byden Raemsdonckse poorte, te Geertruidenberg. Zuid: de weduwe en erfgenamen van Jacob Peeter Smits, west: Henrick Govaertsz. Brouwer en noord: de huisjes en erven van Wouter Adriaensz. de Ghast. 1605 oktober 7 – R. 18, fol. 156v Akte van schuldbekentenis door Jan Claesz. Neeff aan Janne Janss. van de Werck, Jan Henricxz. en Cornelis Janss. van de Werck en de andere zes kinderen van wijlen Grietken Diercx, van 425 rijnsgulden, vanwege verschuldigde restant-kooppenningen393 voor een huis c.a. en een soldatenhuisje c.a.394 1609 mei 16 – R. 19, fol. 112v-113r Akte waarbij Jan Janss. van de Werck, als vader van zijn zes kinderen verwekt bij wijlen Geeritken Diercxdr., met name Cornelis, Peeter, Thonis, Anneken, Diercxken en Maijken, verklaren met Jan Henricxz. te Rotterdam, voorzoon van Geeritken Diercxdr., afrekening te hebben gedaan, aangaande een nog achterstallige schuld blijkens een rekening d.d. 23 februari 1607 en Jan Janss. van de Werck, als vader, en Cornelis Janss. van de Werck, als oudste broer van de nog minderjarigen Peeter en Thonis Jansz. van der Werck, verklaren het aandeel van de twee minderjarige, zijnde voor ieder 450 rijnsgulden, tot zich genomen te hebben en beloven hen te zullen onderhouden en hen het ambacht van scheepstimmerman te laten leren en wanneer zij volwassen zijn ieder 450 rijnsgulden uitreiken.
Bronnen
2605. Archief van de Schepenbank van Geertruidenberg, 1554 – 1811.