Jan de Jongh

Personalia

Naam:Jan de Jongh
Doopnaam:Jan Petersz
Beroep:Landbouwer, kleermaker
Geboren:23 december 1663 ('s Grevelduin Capelle)
Overleden: 1742 (Loon op Zand)
Ouders:
Broers/Zussen:

Levensloop

0 jaar: geboorte Jan
3 jaar: geboorte zus Catelijn
7 jaar: geboorte zus Willemken
30 jaar: getrouwd met Jenneke van Oosterhout
36 jaar: overlijden vader Peeter
40 jaar: overlijden moeder Adriaantje
44 jaar: geboorte dochter Petronella
65 jaar: overlijden echtgenoot Jenneke
77 jaar: overlijden Jan

Opmerkingen

In de periode 1725-1726 werden Jan Peterssoon de Jongh, alias Horeman, en Jenneke van Oosterhout, zijn huisvrouw, voor het gerecht gedaagd door Otto Juin, Drossaard van Loon op Zand, vanwege het verschaffen van voedsel en drank aan, en heling van goederen van, criminelen. De aanwezige schepenen waren Cornelis Verhagen, Niolaes Mouthaen, Thomas van Vucht en Lambert Nouen. Een groep zigeuners, bekend als de "Bende van de Witte Veer", ondernamen rooftochten naar Holland vanuit het Ravensbos nabij ´s-Gravenmoer-Capelle. Jan Petersse en zijn vrouw werden verdacht van heling van door deze bende gestolen spullen. Op 16 juni 1725 stelde de drossaard dat "het op straffe verboden is aan heiden, landlopers en vagebonden onderdak en kost en drank te verschaffen en dat verdachten dit wel hebben gedaan en ook gestolen goederen aangenomen hebben". Op 27 juni 1725 was er sprake van "diefstal van een schaap door Willem de Cadet van Hendrick van Wesel, hetwelk door De Jongh is gekocht". Op 30 juli 1725 werd opgetekend: "gevangenen hoeven niet meer gescheiden te zitten". Op 22 augustus 1725 legde Jenneke Janssen Kop, wed. van . Hendrick Jansse van Pinxteren en wonende op de Zandschel, op verzoek van drossaard Ottho Juijn, een verklaring af over de zigeuners, die hebben verbleven in het huis van Jan Hooreman en Jenneke van Oosterhout, beide gevangen op het kasteel. Op 27 augustus 1725 werd opgetekend: "het echtpaar zit in een vuile, stinkende kerker opgesloten, waar hun gezondheid in gevaar kan komen". Op 6 september 1725 legde Catharina de Jongh, wonende aan het einde van de Loonse Dreef, op verzoek van Jan de Jongh en Jenneke van Oosterhout, een verklaring af. Op 15 november 1725 legden Jan van Oosterhout en Dirck Rijcken op verzoek van Jan Petersse de Jongh en Jenneke van Oosterhout, beide gevangenen, een verklaring af. Op 1 juni 1726 was het proces nog steeds gaande. Uiteindelijk werden de verdachten vrijgesproken. http://madmonarchs.guusbeltman.nl/bos/jongh_jan_petersse_1043493323.htm