Opmerkingen
Jan is de oudste zoon. Hij erft na de dood van zijn vader 3 morgen land in de Hengemenge (leenakte van 1533) en in 1534 5 morgen in de banne van Rijswijk. Op 12-12-1533 wordt Jan Schellaert, ook voor Gillis en Anna, zijn broer en zuster, bij dode van hun vader Gillis en met lijftocht van hun moeder Elisabeth, beleend met 8 morgen land in Sleeuwijk. Op 5-8-1541 wordt Johan Schellart, rentmeester van de graaf van Hoorne, beleend met 4 weren land in Munsterkerk (totaal 66 morgen), een leen van Dussen, en bovendien op een niet bekende datum na 10-4-1540 bij overdracht door Hendrick Spiering Jansz met 9 morgen land genaamd Coulsters hoeve in Muilkerk. Op 24-6-1541 wordt hij voor zijn vrouw Antonia van Houweningen beleend met een halve hoeve in het Broek genaamd Taphoeve, groot 6½ morgen, bij dode van Hubert Herbertsz van Houweningen, haar vader. Ook voor zijn vrouw Antonia wordt hij op 23-7-1541 en op 25-9-1542 beleend met een waard in Sleeuwijk en opnieuw op 13-9-1553 als Jan Schellaert, rentmeester van Altena, bij dode van zijn vrouw. Op 4-2-1542 wordt Jan beleend met een huis en gezaat in Woudrichem in de Kerkstraat, tussen de poort en het Kruisbroedersklooster, dat omgraven is en voorzien van een brug. Op 13-9-1553 gaat het naar zijn zoon Gillis. In 1548 wordt hij beleend met 7½ morgen op de Hil genaamd het Grote Sluisweer. Verder wordt hij in 1550 beleend met de ambachtsheerlijkheid Op ten Hill met 3 morgen land en in hetzelfde jaar een visserij in Sleeuwijk binnendijks genaamd Robijns kil, 3 morgen in het Kleine Sluisweer, 5 morgen in het Kleine Sluisweer, 6 morgen in het Grote Sluisweer, en ook nog 7 morgen "opten Hil genaemt die Taphoef", met nog 4 morgen in de Oosterse Houve. In 1557 wordt hij bij overdracht door Adriaen Janssen van der Stael beleend met "dat Gerechte van Sleeuwijk met sijn toebehoren tot tien schellingen toe, ende daer en booven dat derdendeel mitter drift van drie paer Swaenen". Voor zover niet anders vermeld bezit hij deze lenen tot zijn overlijden in 1560 of begin 1561.
Jonker Jan Schellaert en jonkvrouwe Antonia, dochter van Hubrecht van Hauwelingen Harpertsz testeren op 16-5-1547 ten overstaan van Johannes Smit, priester des vrijdoms van Utrecht, door 's Keizers macht openbaar notaris bij de bisschop van Utrecht.
In het huis van Jan Schellaert "drossart des Landts van Altena ende tot Worychem" aan de Hoogstraat in Woudrichem wordt op 15-10-1559 de akte van huwelijksvoorwaarden opgemaakt tussen zijn dochter Anna en Aernt van Raveschot, zoon van Jan van Ravenschot, heer van Capelle, Groot Waspik, 's-Gravenmoer, Raamsdonk en Knoppenambacht. Anna brengt 33 morgen hoogland in het Land van Altena onder Waardhuizen, Emmichoven en Almkerk in het huwelijk in.
GTMWB 1990, p 241ev
GTMWB 1992, p 8