Opmerkingen
n Berkelbach van der Sprenkel, "Regesten van Oorkonden betreffende De Bisschoppen van Utrecht uit de jaren 1301-1340", Utrecht 1937, onder nr.291 staat een ridder Ghisebrecht van Malsen beschreven. Op 1-7-1314 geeft Reynald, graaf van Gelre, dat voor hem, de bisschop van Utrecht, en voor Johan van Arkel, Wouter van Ceppel, Ghisebrecht van Malsen, Baudeken van Avesaet en Symon van Benthem, ridders en nog een paar leenmannen meer Johan van Bosinghem is verschenen ... etc. Ridder Gijsbert staat dus hier vrij prominent vooraan.
Gijsbert komen we ook tegen in een Asperen-omgeving. Op 13-11-1318 is er een verdrag tussen Gerard van Weerdenberg, heer van Puiflik, en de weduwe van Willem de Kok, aangaande de voogdij over Willem de Kok van IJzen-doorn, zoon der laatstgenoemde, aangegaan ten overstaan van Otto heer van Asperen, Gijsbert van Malsen, Arnoud van Hoekelem, Jan de Kok, Steeske van Brakel, Herbert van Hoekelem en Ricoud zoon van Gijsbert de Kok (NL LXI 1943, kolom 238, met verwijzing naar Nijhoff, Gedenkwaardigheden uit de Geschiedenis van Gelderland, I, no. 181).
De weduwe van Willem de Kok was een Mabelia van Heukelum, dochter van Otto I genaamd van Arkel, heer van Heukelum. Het verdrag van 1318 was dus een voogdijkwestie tussen de families Van Heukelum en De Kok. Gijsbert van Malsen staat dus in 1318 prominent tussen twee broers Otto en Arnoud van Heukelum. Met de wetenschap van een Otto van Malsen, schepen van Asperen in 1336, kunnen we aannamen dat heer Gijsbert van Malsen, ridder, met een zus van Otto (heer van Asperen), Arnoud (heer van Leyenberch) en Herbaren van Heukelum, dus een dochter van Otto van Arkel, heer van Heukelum, moet zijn gehuwd.
Heer Gijsbert van Malsen komen we ook elders tegen. Bijvoorbeeld, in de tabellen van J.M. van Winter, "Ministerialiteit en Ridderschap in Gelre en Zutphen", proefschrift, Groningen 1962.